De Pijnprikkel

Hoofdstuk Vooruitgang
0% voltooid

Help

Je bevindt je nu in een paragraaf met een .



Werkt er (mogelijk) iets niet naar behoren? Laat het ons meteen weten via het contactformulier!

Als de patiënt geen normale/spontane reacties geeft zul je moeten [icon name=”dot-circle-o” class=”” unprefixed_class=””] stimuleren door middel van een pijnprikkel. Er zijn een aantal pijnprikkels die je kunt toepassen, waartussen je een verstandige keuze moet maken.

De pijnprikkel wordt gebruikt voor de [icon name=”check-circle-o” class=”” unprefixed_class=””] waardering van Eyes en/of Motor.

[icon name="exclamation-circle" class="" unprefixed_class=""] Let op! De keuze van de pijnprikkel staat vaak ter discussie. 
Verzeker jezelf van de werkafspraken van jouw afdeling of instelling!

Soorten Pijnprikkels

Voor de meetfase [icon name=”dot-circle-o” class=”” unprefixed_class=””] stimuleren kunnen de volgende pijnprikkels worden gebruikt. We maken onderscheid tussen perifere pijnprikkels en centrale pijnprikkels. Dit heeft te maken met zenuwbaan die gestimuleerd wordt en de route die de prikkel volgt naar het brein.

Aandachtspunten:

  • Geef de patiënt de tijd om te reageren op een pijnprikkel: voer de druk op gedurende 10 tot 15 seconden.
  • De pijnprikkel op het sternum wordt niet langer aangeraden vanwege veelvoorkomende hematomen.

[accordion][accordion_element title=”Trapezius”]

De Trapezius Pijnprikkel drukt op de nervus accessorius, welke vanuit de cervicale ruggenwervels C3-5 en de hersenstam medulla origineert.

Het pijnsignaal komt direct bij het centrale zenuwstelsel binnen, daarom is dit een centrale pijnprikkel.

Deze zenuw ligt onder de trapezius en sternocleidomastoid spieren.

Let op: deze pijnprikkel kan minder effectief zijn bij patiënten met morbide obesitas.

[/accordion_element][accordion_element title=”Supra-Orbitaal”]

De supraorbitale zenuw loopt door een kleine inkeping in de wenkbrauwboog. Deze inkeping is voelbaar en kan gebruikt worden als centrale pijnprikkel.

Let op: patiënten kunnen geneigd zijn de ogen te sluiten bij deze pijnprikkel. Gebruik deze pijnprikkel dan ook niet voor het item Eyes.

[/accordion_element][accordion_element title=”Nagelbed”]

De bekendste perifere pijnprikkel is het uitoefenen van druk op het nagelbed van de patiënt. Gebruik hiervoor een pen of ander hard voorwerp.

Aandachtspunten:

  • Controleer van tevoren of een patient een parese heeft. Dit kan de reactie op het item Motor beinvloeden.
  • Wissel indien mogelijk de vingers af, zo voorkom je schade en hematomen onder het nagelbed.
  • Voer gedurende 10 tot 15 seconden de druk op. Krijg je geen reactie? Ga dan niet onnodig door met de pijnprikkel!

[/accordion_element][/accordion]

Wanneer gebruik je welke pijnprikkel?

Het is belangrijk om het aantal pijnprikkels te beperken, daarom moet je in de juiste situatie de juiste pijnprikkel toedienen. De volgende tips kunnen je helpen bij de beslissing, maar over een gestandaardiseerde wijze is (nog) geen internationale consensus. Schud eerst de patiënt rustig aan de schouder voordat je een pijnprikkel toedient.

Motor 6

Als de laatst gemeten GCS een score van M6 (opdracht uitvoeren) gaf en de patiënt nu zijn/haar ogen niet opent, kan je het beste een perifere pijnprikkel toedienen. Hierbij wordt geen schade toegebracht aan belangrijke zenuwbanen en na het openen van de ogen zal de patiënt waarschijnlijk een opdracht uit kunnen voeren.

Motor 5

Als de laatst gemeten GCS een score van M5 (lokaliseren) gaf en de patiënt nu zijn/haar ogen niet opent, kan je het beste een centrale pijnprikkel toedienen, bij voorkeur de trapezius. Als de patiënt dan lokaliseert en de ogen opent is een tweede perifere pijnprikkel niet nodig. Bij een supra-orbitale pijnprikkel kan de patiënt juist de ogen dicht gaan knijpen en is een tweede pijnprikkel misschien alsnog noodzakelijk.

Motor 4 of lager

Als de laatst gemeten GCS een score van M4 of lager en de patient nu zijn/haar ogen niet opent, kan je zowel voor een centrale als een perifere pijnprikkel kiezen:

  • Bij een score van 4 (terugtrekken) op een perifere pijnprikkel zal je ook een centrale pijnprikkel toe moeten dienen om zeker te zijn dat een score van 5 (lokaliseren) niet behaald kan worden.
  • Bij het uitblijven van een reactie op een centrale pijnprikkel zal je ook een perifere pijnprikkel toe moeten dienen om zeker te zijn dat een score van 4 of lager niet behaald kan worden.

[accordion][/accordion]

[h5p_box id=”9″ opdracht=””]

Cookies

Op deze website gebruiken we noodzakelijke cookies om te zorgen dat alles goed blijft functioneren. Daarnaast gebruiken we Google Analytics tracking cookies om het verkeer op de website te monitoren. Door de website verder te gebruiken gaat u hiermee akkoord.