De Theorie

Moeilijkheidsgraad:
/5

Help

Je bevindt je nu in een hoofdstuk. Een hoofdstuk bestaat uit verschillende paragrafen en heeft soms een eindopdracht of toets. Je moet eerst alle paragrafen van het hoofdstuk voltooien voordat je een toets kunt maken. Het hoofdstuk wordt automatisch voor je voltooid als je alle onderdelen hebt afgerond.

Klik op de titel van een paragraaf in het hoofdstuk om deze te bekijken.

Klaar met dit hoofdstuk? Klik dan op 'volgende hoofdstuk' of gebruik de knop 'inhoudsopgave' links van de help-knop. 

Werkt er (mogelijk) iets niet naar behoren? Laat het ons meteen weten via het contactformulier!

Bekijk de video hierboven of lees de tekst hieronder.
Klik onderaan op ‘voltooid’ om verder te gaan.

[accordion][accordion_element title=”Wat is nociceptie?”]

Nociceptie is het biologisch proces waardoor we als mensen in staat zijn om pijn te ervaren. Als ergens in ons lichaam schade ontstaat of dreigt te ontstaan worden speciale zenuwuiteinden geactiveerd, nociceptoren genaamd. Deze zenuwen geven een signaal af dat naar ons ruggenmerg gaat. In het ruggenmerg wordt direct een signaal teruggestuurd naar onze spieren, om ons te beschermen van de mogelijke schade. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat een patiënt terugtrekt bij een pijnprikkel op het nagelbed. Er gaat ook een signaal naar ons brein, waardoor we weten waar de pijn zit en hoe erg dit is. Als ons brein goed functioneert ervaren we dit bewust en vertonen we pijngedrag, zoals huilen of verbale uitingen. Bij ernstige hersenschade kan het zijn dat een patiënt niet in staat is om dit gedrag te vertonen en we weten ook niet 100% zeker of een patiënt dan ook echt bewust pijn ervaart. Niemand zou echter pijn moeten lijden, daarom behandelen we elke patiënt alsof ze dit wel bewust kunnen ervaren.

Bij pijnmeting bij verstoord bewustzijn kijken we naar pijngedrag bij nociceptie. Dit betreft dus een voor de patiënt waarneembare pijnprikkel bij (dreigende) weefselbeschadiging zoals bij trauma of na een operatie. Dit gedrag is anders dan bij pijn door schade aan de zenuwbanen zelf, dit heet neuropatische pijn.

[/accordion_element][accordion_element title=”Wat is de Nociception Coma Scale?”]

De Nociception Coma Scale is een lijst met gedragsuitingen waarvan is bewezen dat ze betrouwbaar genoeg zijn om de aanwezigheid van nociceptie te meten bij patiënten met verstoord bewustzijn. Het is een pijngedrag observatieschaal, omdat de zorgverlener het gedrag van de patiënt observeert om een uitspraak te doen over (mogelijke) pijn. Dit is anders dan een zelfrapportage meetinstrument, waarbij de patiënt zelf aangeeft hoe erg de pijn is.

De NCS bestaat uit vier items: motorische respons, verbale respons, gezichtsuitdrukking en visuele respons. Bij elk item kan de zorgverlener vier gedragsuitingen kiezen, waarbij 0 geen respons is en 3 een respons die het meest past bij de aanwezigheid van een pijnlijke stimulus.

[one_half padding=”0 5% 0 0″]Motorische repons

3 – lokaliseren van pijnlijk gebied
2 – terugtrekken/flexie
1 – abnormale lichaamshouding
0 – geen respons

[/one_half][one_half_last]Verbale repons

3 – adequate verbalisatie
2 – vocalisatie
1 – kreunen
0 – geen respons

[/one_half_last][one_half padding=”0 5% 0 0″]Gezichtsuitdrukking

3 – huilen
2 – grimas
1 – orale reflexbewegingen
0 – geen respons

[/one_half][one_half_last]Visuele repons

3 – fixatie van ogen
2 – oogbewegingen
1 – verbazing

0 – geen respons

[/one_half_last]

[/accordion_element][accordion_element title=”Wat is het verschil tussen de NCS en NCS-R?”]

Uit onderzoek blijkt dat het item ‘visuele respons’ niet altijd even betrouwbaar is. Daarom wordt dit item weggelaten in de gereviseerde schaal NCS-revised. Als verpleegkundige kan de reactie van de ogen relevant zijn, maar wees je ervan bewust dat dit niet altijd betrouwbare informatie is.

[/accordion_element][accordion_element title=”Wanneer gebruik je de NCS(-R)?”]

De NCS is alleen onderzocht voor patiënten met Verstoord bewustzijn door niet-aangeboren hersenletsel. Dit zijn patiënten die op geen enkele wijze adequaat kunnen aangeven of ze pijn hebben. De schaal is niet geschikt voor patiënten die wel pijn kunnen aangeven, maar geen cijfer kunnen noemen. Dat zijn bijvoorbeeld patiënten met ernstige verwardheid (delier) of afasie. Bij deze patiënten kan je de REPOS gebruiken, omdat die gedragsitems heeft die beter passen bij deze patiëntencategorie.

[/accordion_element][accordion_element title=”Hoe meet je met de NCS(-R)?”]

Voordat je gaat meten is het belangrijk om in te schatten wat de maximaal haalbare score is voor deze patiënt. Een patiënt die nooit spreekt zal op het item ‘verbale respons’ geen punten halen en een patiënt die nooit lokaliseert haalt op ‘motorische respons’ maximaal 2 punten.

Voor meting met de NCS observeer je de patiënt tijdens relevante momenten in de zorg, zoals tijdens wassen, mobiliseren, tandenpoetsen, etc. Gebruik je eigen klinische ervaring om te bepalen welk moment relevant is. Tijdens de meting pas je geen pijnprikkel toe aan de patiënt, maar kijk je hoe de patiënt reageert op de gebruikelijke zorg. Zorg dat je ook een meting uitvoert in rust en observeer de patiënt dan minimaal 2 minuten, zodat je zeker weet dat je geen pijngedrag gemist hebt.

[/accordion_element][accordion_element title=”Wat is het resultaat van de NCS(-R)?”]

Het resultaat van de observatie is een totaalscore van de NCS, de NCS-R en de ‘pijnscore volgens verpleegkundige’. Voor dit laatste geef je zelf, op basis van je klinische blik, een cijfer om aan te geven in hoeverre je denkt dat het gedrag dat je observeert hoort bij pijn. De score loopt van 0 (geen pijn) tot 10 (ergst denkbare pijn). Als je bijvoorbeeld een ‘lokalisatie van een gebied’ ziet (3 punten), maar het lijkt er meer op dat de patiënt jeuk heeft dan pijn, dan kan je als eigen pijnscore een 2 geven. Of als je denkt dat het gedrag komt door angst, een volle blaas, honger, etc. Ook als je denkt dat de patiënt wel pijn heeft, maar dit niet in gedrag kan uitdrukking kan je deze score hiervoor gebruiken.

[/accordion_element][accordion_element title=”Wat doe je met de scores?”]

Bij een NCS-score van 2 of hoger, een toename van 2 of meer punten of bij een ‘pijnscore volgens verpleegkundige’ van 4 onderneem je actie. Overweeg ten eerste niet-medicamenteuze interventies zoals verandering van houding, massage, afleiding, etc. Schrijf je interventies goed op en evalueer het effect ervan, zodat je collega’s dezelfde interventies zouden kunnen toepassen. Vermeld de score en de acties ook aan de art. Je vermeld dan de score, het gedrag dat je hebt geobserveerd en de ‘pijnscore volgens de verpleegkundige’ en vertel iets over de situatie waarin de score is gemeten (zoals rust of tijdens zorg). De arts kan hierop de medicamenteuze behandeling aanpassen.

[/accordion_element][/accordion]

Cookies

Op deze website gebruiken we noodzakelijke cookies om te zorgen dat alles goed blijft functioneren. Daarnaast gebruiken we Google Analytics tracking cookies om het verkeer op de website te monitoren. Door de website verder te gebruiken gaat u hiermee akkoord.